Bloedbad in Boetsja
Ongewapende burgers
Reeds kort na de invasie, in het begin van de maand maart 2022, kwamen er uit het Oekraïense stadje Boetsja, op 25 km ten noordwesten van Kyiv, verontrustende berichten over Russische soldaten die burgers van de stad vermoord hadden. De krant The Kyiv Independent meldde dat Russische troepen op 4 maart drie ongewapende Oekraïense burgers die terugreden van het bezorgen van voedsel aan een hondenasiel hadden vermoord. Op 5 maart omstreeks 7.15 uur 's ochtends werden twee auto's met twee families die probeerden te ontsnappen aan de oorlog onder vuur genomen met machinegeweren. Twee kinderen, hun moeder en een man werden doodgeschoten. Op 7 maart zei de burgemeester van de stad, Anatoli Petrovitsj Fedoroek, dat de situatie in Boetsja een nachtmerrie was, en dat «we de lichamen niet eens kunnen opruimen omdat het granaatvuur met zware wapens dag en nacht doorgaat. Honden trekken de lichamen uit elkaar in de straten van de stad».
Anatoli Petrovitsj Fedoroek
De lichamen van 12 mannen werden gewoon op de weg achtergelaten. Ze waren in het achterhoofd geschoten. Vrouwen waren verkracht en hun lichamen waren verbrand, veel lichamen werden gevonden met hun handen op hun rug gebonden. Op 19 mei 2022 gaf The New York Times video's vrij van 4 maart 2022 waarop te zien is hoe Russische soldaten negen mannen wegleiden, om ze vervolgens tegen de grond te dwingen. Een drone filmde acht dode lichamen op de plek waar de video werd opgenomen en na de bevrijding van Boetsja werden de lichamen daar ook aangetroffen. Eén van de mannen had het overleefd, door te doen alsof hij dood was.
De krant The Washington Post meldde dat er bewijzen waren gevonden van marteling, onthoofding, verminking en verbranding van lijken. Op 9 april begonnen Oekraïense forensische onderzoekers met het bergen van lichamen uit massagraven, onder meer in de kerk van Andreas de Apostel. De gedode burgers droegen geen uniform en er werden alleen gewone, alledaagse dingen bij hen gevonden, zoals een boodschappentas, maar zeker geen wapens. De beelden van twee Russische pantservoertuigen die schoten op een burger die met een fiets naar huis wandelde gingen de wereld rond.
De neergeschoten man met de fiets
Op 8 augustus 2022 publiceerden ambtenaren een telling van 458 doden, waaronder 50 kinderen.
Russische verzinsels
Rusland ontkende alle betrokkenheid en beweerde dat de moorden op de burgers plaats hadden gevonden nadat de Russische troepen reeds vertrokken waren op 30 maart. Het beschuldigde Oekraïne en de westerse landen ervan de moordpartij in scène te hebben gezet. De lichamen die op de beelden te zien waren, zouden daar volgens een verklaring van Kremlin-woordvoerder Dmitri Sergejevitsj Peskov en de Russische minister van buitenlandse zaken Sergej Viktorovitsj Lavrov na 30 maart 2022 door het Oekraïense leger. zijn neergelegd Dat zou volgens Lavrov ook de reden zijn geweest waarom de lichamen nog niet in staat van ontbinding waren. In de Russische media werd gesproken over nepnieuws.
Onafhankelijke onderzoeken
Beelden van satellietoperator Maxar Technologies die door The New York Times werden gepubliceerd toonden aan dat het verhaal over het plaatsen van de lichamen na 31 maart een verzinsel was, want zeker elf van de aangetroffen lichamen lagen er op 11 maart al, toen de Russen de stad nog bezetten. De foto’s, genomen tussen 9 en 11 maart, toonden dat de lichamen op dezelfde plaats op de grond en in dezelfde positie lagen als op de foto's die door het Agence France-Presse op 2 april werden genomen. Door de koude waren ze nog niet in staat van ontbinding.
De satellietbeelden toonden ook de eerste tekenen van het maken van een massagraf in Boetsja op 10 maart. Op 31 maart was de put uitgebreid tot een 14 meter lange «loopgraaf» in het zuidwestelijke deel van het gebied bij de kerk.
Massagraf in Boetsja
In hun boek Un endroit inconvénient reconstrueerden de schrijver en cineast Jonathan Littell en de fotograaf en cineast Antoine d’Agata straat na straat, huis na huis, wat er had plaatsgevonden en hoe de burgers systematischaan de gruwelen werden onderworpen.
Kritiek wordt zwaar gestraft
Op 17 juni 2024 vaardigde een rechtbank in Moskou arrestatiebevelen uit voor hoofdredacteur Roman Aleksandrovitsj Anin (°1986), oprichter van de website voor onderzoeksjournalistiek Важные истории [Vazjnyje istorii] of Belangrijke verhalen, en voor journaliste Jekaterina Georgievna Fomina (1992), medewerkster van TV Dozjd en Belangrijke verhalen, en winnaar van verschillende internationale prijzen voor journalistiek. Anin en Fomina werden beschuldid van het «verspreiden van valse informatie» over de Russische strijdkrachten in Oekraïne. In augustus 2022 had Fomina in Belangrijke verhalen een onderzoeksrapport en een video gepubliceerd over oorlogsmisdaden tijdens de Russische invasie van Oekraïne, onder meer over de slachting van burgers in Boetsja en het meer noordelijk gelegen dorpje Andrejevka, onder de titel De commandant gaf het bevel: «Ze moeten vernietigd worden».
Jekaterina Georgievna Fomina
Op basis van deze video werden Anin en Fomina beiden op 31 maart 2025 veroordeeld tot 8,5 jaar gevangenisstraf en kregen ze een verbod van 3 jaar om blogs te beheren. Aangezien de journalisten anuit Letland werken, werd de straf bij verstek uitgesproken, en zal ze worden berekend «vanaf het moment van hun aanhouding of deportatie naar de Russische Federatie».
Voor haar onderzoek had Jekaterina Fomina ook de Russische korporaal Daniil Andrejevitj Frolkin geïnterviewd, een monteur-machinist van de 64ste gemotoriseerde schuttersbrigade van de militaire eenheid 51460, die had deelgenomen aan de feiten in Andrejevka. Frolkin werd door de militaire rechtbank van het garnizoen van Tsjabarovsk veroordeeld tot 5,5 jaar proeftijd op grond van «de verspreiding van valse informatie over de Russische strijdkrachten».