Vitali Sjentalinski

De Russische schrijver en dichter Vitali Aleksandrovitsj Sjentalinski (°1939) werd geboren in Kemerovo, in het zuidwesten van Siberië. Hij groeide op in een klein dorp in Tatarstan, en studeerde nadien aan het Арктическое Морское Училище [Arktitsjeskoje Morskoje Oetsjlisjtsje] of het Noordpool Maritiem Instituut in Leningrad en aan de Faculteit voor Journalistiek. Als poolreiziger overwinterde hij op het Wrangel eiland en nam hij deel aan vijf expedities.

Maar Sjentalinski zou het meest bekend worden in de periode van de perestrojka, de hervormingspolitiek die president Michail Sergejevitsj Gorbatsjov (°1931) invoerde in de Sovjet-Unie in 1985. Hij werd toen voorzitter van de Commissie voor de Creatieve nalatenschap van onderdrukte schrijvers, waarmee hij gedurende meer dan twintig jaar onderzoek voerde over hoe een groot aantal Russische schrijvers tijdens het stalinisme vervolgd werden. In 1995 schreef hij er een lijvig boek over dat de titel Slaven van de vrijheid kreeg. Het werd een trilogie, want in 2001 kwam er een vervolg op met Opzegging van Socrates, en in 2007 nog één onder de titel Misdaad zonder straf. De drie boeken zijn geïllustreerd met zeldzame documenten en foto’s uit de archieven van de KGB. De eerste twee werden in het Frans en het Engels vertaald, waarbij de vertalingen veel eerder op de markt kwamen dan de Russische originelen.

Vitali Sjentalinski
Vitali Sjentalinski

Vitali Sjentalinski  voerde zijn werk uit in het beruchte gebouw aan het Loebjankaplein, waar het hoofdkwartier van de Tsjeka, later de GPOE, NKVD, de KGB en nu de FSB gevestigd is. In De meester en Margarita beschreef Boelgakov dit gebouw als «een der Moskouse instellingen», waar «het rijkelijk lamplicht uit de vensters scheen». Het kostte Sjentalinski in 1988 nog heel wat moeite om toegang te krijgen tot de KGB-archieven. Maar in september 1991, net nadat de staatsgreep onder leiding van KGB-chef Vladimir Aleksandrovitsj Krjoetsjkov (1924-2007) was verijdeld, mocht hij er in. «U bent de eerste schrijver die hier vrijwillig komt», grapte een KGB-kolonel toen Sjentalinski zich de eerste keer aanmeldde. «Waar zullen we u zetten?» Ze lachten allebei.

In de KGB-archieven vond Sjentalinski  het geconfisqueerde dagboek van Michail Boelgakov, fragmenten van de onvoltooide novelle Een technische roman van de schrijver en dichter Andrej Platonovitsj Klimentov (1899-1951), die publiceerde onder het pseudoniem Andrej Platonov, en een 4000-regelig apocalyptisch gedicht, getiteld Lied over de grote Moeder van de dichter Nikolaj Aleksejevitsj Kljoejev (1884-1937). Hij vond ook een hartverscheurende brief van toneelregisseur Vsevolod Emiljevitsj Meyerhold (1874-1940), waarin deze vertelt hoe hij tijdens de verhoren werd gemarteld. Verder kreeg hij te horen dat het geconfisqueerde werk van Isaak Emmanuïlovitsj Babel (1894-1940) onvindbaar was. Dat werk bestond uit 15 mappen met manuscripten, 18 aantekenblokken, 517 brieven, briefkaarten en telegrammen en 254 losse bladen.

Sjentalinski kon ook een einde maken aan de onzekerheid over de sterfdata van een aantal schrijvers. De nabestaanden hadden, soms jaren later, totaal willekeurige data gekregen die «verplaatst» waren naar de Tweede Wereldoorlog om de executie te maskeren. Het werk van Sjentalinski in de archieven heeft daarover definitief uitsluitsel gegeven, net als over de formele beschuldigingen die tegen de beklaagden waren ingebracht.

Officieel deed Vitali Sjentalinski zijn opzoekingswerk in opdracht van de Commissie voor de Creatieve nalatenschap van onderdrukte schrijversvan de Russische Schrijversbond, maar in werkelijkheid moest hij, zelfs in de «open» dagen van het Jeltsin-tijdperk, knokken om zijn kamertje in het bondsgebouw te kunnen behouden. Sjentalinski  zei dat hij, méér nog dan over de behandeling van schrijvers in de Stalinperiode, bijzonder geschokt was door de weigering van Russische politici, schrijvers en een groot deel van het publiek om terug te kijken naar hoe het wás: «Stalin was een fascist, zeker niet minder erg dan Hitler. Er is een reëel gevaar dat we wéér bij zoiets uitkomen. Een opinieonderzoek liet onlangs zien dat een grote meerderheid van de Russen de bolsjewieken zou steunen als het Russische volk opnieuw voor de keuzes van 1917 zouden staan».

Slaven van de vrijheid werd bij zijn verschijnen bejubeld door heel wat andere beroemde Russische schrijvers en historici. Schrijver en dissident Lev Sinovjevitsj Kopelev (1912-1997) dankte Sjentalinski «voor dit bitter, maar noodzakelijk boek».   

Gebruik de pijl hieronder om te kijken naar een programma over de Franse vertaling.

Volgende


De trilogie van Sjentalinski

Рабы свободы
((Slaven van de vrijheid))
Uitgeverij Progress Pleiade, 1995
620 pagina’s
ISBN 978-5930060850

Донос на Сократа
(Misdaad zonder straf)
Uitgeverij Moeravej (Vostok-Zapad), 2001
459 pagina’s
ISBN 978-5846300811

Преступление без наказания
(Crime sans Châtiment)
Uitgeverij Progress Pleiade, 2007
642 pagina’s
ISBN 978-5930060331


Manuscripten branden niet

In 1997 gaf de Nederlandse educatieve omroep RVU de opdracht om aan de hand van Sjentalinski's bevindingen een documentaire maken, meer bepaald over de dossiers van Michail Boelgakov, Andrej Platonov, Osip Mandelstam en Isaak Babel. De film kreeg de titel Manuscripten branden niet, naar de beroemde uitspraak van Woland in De meester en Margarita. Het gedeelte van de film dat over Michail Boelgakov gaat kreeg de titel De Duivelskunstenaar.

De film werd op 3 december 1997 op de Nederlandse televisie vertoond.

Gebruik de pijl hieronder om te kijken naar De Duivelskunstenaar.


Suivant


View My Stats