Afranius

Rol

Afranius is het hoofd van Pontius Pilatus' geheime politie. Hij duikt meestal op als de man met de capuchon, vaak met zijn gelaat onzichtbaar. Hij is een meester in vermomming en misleiding.

Afranius voert niet alleen de vuile karweitjes uit voor Pilatus, hij helpt hem ook om, via slimme maar heimelijke gesprekken, creatieve oplossingen te vinden voor situaties die niet in hte openbaar kunnen besproken worden, of die zelfs niet eens in de openbaarheid mogen komen tout court.

Achtergrond

Zijn naam zou wel eens kunnen ontleend zijn aan Sextus Afranius Burrus (1-62), een Romein van Gallische afkomst. Afranius Burrus was tribuun, en later ook procurator en privébewaker van keizerin Livia Drusilla II (58 BC-29), de weduwe van keizer Augustus (63 BC-19), en van de opeenvolgende keizers Tiberius (42 BC-37) en Claudius (10 BC-54). Hij hielp Julia Agrippina de Jongere (15-59) om haar zoon Nero op de troon te krijgen en werd ook één van diens twee adviseurs toen Nero (37-68) in 54 als 16-jarige keizer werd. De andere adviseur was de wijsgeer en schrijver Lucius Annaeus Seneca (4 BC-65). De eerste 5 jaar van Nero's regering - de quinquennium Neronis - worden over het algemeen beschreven als een schoolvoorbeeld van goed landsbestuur, mede omdat Burrus en Seneca achter de schermen het feitelijke bestuur uitoefenden.

Keizer Nero
Keizer Nero

Wanneer de apostel Paulus (3-67) in de Mamertijnse gevangenis aan de voet van het Capitool wordt gevangen gezet, is het Afranius Burrus die voor hem verantwoordelijk is. Er werd gezegd dat hij hem heel humaan behandelde.

Nero moet echter dulden dat zijn moeder Julia Agrippina de Jongere (15-59) een steeds belangrijkere rol voor zich opeiste. Door tussenkomst van Agripinna had Afranius Burrus in het jaar 51 de leiding over de Praetoriaanse garde gekregen. Hij had een uitstekende militaire faam maar hij wist toch bliksems goed door wiens toedoen hij die leiding gekregen had. Hij kon een eerste keer beletten dat Nero zijn moeder vermoordde - hoewel dat later toch is gebeurd. Sextus Afranius Burrus zelf stierf in het jaar 62.

Van Afranius Brutus zijn enkele bekende oneliners bewaard gebleven. Tegen de jonge keizer Nero had hij eens gezegd: «Wanneer ik eenmaal gesproken heb, vraag het mij dan niet opnieuw», en zijn laatste woorden, vlak voor hij stierf, waren: «Ego me bene habeo» - «Met mij gaat alles goed».