Annoesjka

Context

«Annoesjka heeft de zonnebloemolie niet alleen al gekocht, maar zelfs al gemorst. Zodat uw vergadering dus niet zal doorgaan...», zei Woland tegen Berlioz toen hij hem in het park aan de Patriarchvijver aankondigde dat hij zou onthoofd worden.

Vlak na de onthoofding van Berlioz schreeuwde op straat de ene vrouw de andere toe: «Annoesjka! Onze Annoesjka! Ze was zonnebloemolie gaan halen bij de kruidenier en heeft de hele literfles stukgeslagen tegen de draaistang van het hek! D'r hele rok zat onder. Schelden dat ze deed, vloeken!... De stumperd is er vast over uitgegleden en op de rails gesmakt...»

De enige achtergrondinformatie die Boelgakov ons geeft over Annoeska is dat je haar iedere dag kon tegenkomen, nu eens met een kan, dan weer met een tas, in een petroleumzaakje of op de markt, onder de poort van het woonblok... Het woonblok? Inderdaad, Annoesjka woont in het beruchte woonblok op Bolsjaja Sadovaja, in appartement 48 nog wel. En, waar ze ook is, of waar haar gezicht ook opduikt, er breekt steevast heibel uit. Haar bijnaam is dan ook «de Pest».

In hoofdstuk 24 van De meester en Margarita had zij het hoefijzertje, dat Margarita had laten vallen, opgeraapt. Azazello bood tweehonderd roebel aan Annoesjka om het terug te geven. Met dat geld was zij naar een warenhuis op de Arbat gegaan om een lap katoen te kopen, maar toen ze betaalde bleek het met een tiendollarbiljet te zijn, en ze werd dus gearresteerd. Annoesjka's uitleg over de figuren in het huis aan de Sadovaja en het hoefijzertje werd eerst door de onderzoekers aandachtig aanhoord, maar verveelde dan de politierechercheur dermate dat hij een groen formulier invulde - ze was uit arrest ontslagen en verliet tot ieders voldoening het gebouw van de geheime politie.

Prototype

Boelgakov heeft lang geaarzeld over welke naam hij aan dit personage zou geven. Samen met Annoesjka heeft hij ook de naam Pelagejoesjka genoteerd in zijn documentatie, en in de derde versie van de roman werd zij Annoesjka Basin genoemd, en werd van haar gezegd dat ze «zeer goed gekend was in het blok onder de naam heks».

Annoesjka is één van de weinige personages in De meester en Margarita dat door de schrijver uit het echte leven werd geplukt zonder haar naam te veranderen. In een lang interview uit 1981 met de psycholoog en journalist Leonid Konstantinovitsj Parsjin (1944-2010), zei Boelgakovs eerste vrouw, Tatjana Nikolajevna Lappa (1892-1982), dat Annoesjka's echte prototype Anna Fjodorovna Gorjatsjeva (1871-?) was.

Annoesjka Gorjatsjeva
Annoesjka Gorjatsjeva

In De meester en Margarita situeert Michail Boelgakov zijn Annoesjka in appartemen nr. 48, maar in werkelijkheid woonde ze, zoals Boelgakov en Tatjana Lappa, in appartement nr. 50, samen met haar zoon Michail Nikolajevitsj Gorjatsjev (1904-?), zoals kan worden opgemaakt uit de bewonerslijst van het appartement uit 1924. Het was een soort van arbeiderswoning met 7 kamers naast een centrale gang. Annoesjka Gorjatsjeva sloeg haar zoon vaak. Zij stookten hun eigen vodka, waren vaak dronken, vochten dan en maakten veel lawaai.

Bewonerslijst
De bewonerslijst met Annoesjka en Boelgakov

Boelgakov kon zich behoorlijk ergeren aan die echte Annoesjka, zoals blijkt uit wat hij noteerde in zijn dagboek op 29 oktober 1923: «De eerste verwarmde dag werd gekenmerkt door het feit dat de beruchte Annoesjka het keukenraam de hele nacht wijd open liet staan. Ik weet werkelijk niet wat te doen met het tuig dat hier woont».

In 1971 publiceerde een buurman van Boelgakov in Bolsjaja Sadovaja, de wiskundige en kinderschrijver Vladimir Arturovitsj Ljovsjin (1904-1984) het essay Sadovaja 302-bis, Herinneringen aan Michail Boelgakov. Hierin beschreef hij Annoesjka als «een vrouw die chagrijnig is, altijd iets laat vallen of laat breken, hoogstwaarschijnlijk vanwege haar scheve ogen (het linkeroog van Annuska is half gesloten vanwege een getrokken ooglid)». Hij omschreef Annoesjka als een домработница [domrabotnitsa] of huishoudster, maar het is vrij onwaarschijnlijk dat Annoesjka Gorjatsjeva ooit een dergelijke functie had. Op de lijst van bewoners heeft ze de status на иждивении мужа [na izjdiveni moezja] of ten laste van de echtgenoot. Haar echtgenoot wordt evenwel niet vermeld in de lijst.

In haar interview met Parsjin zei Tatjana Lappa dat Ljovsjin een leugenaar was. En Lappa zou wel eens gelijk kunnen hebben. Omdat, in zijn essay, Ljovsjin deed alsof hij een goede vriend van Michail Boelgakov was. Hij schreef: «Soms, tegen de avond, belde Boelgakov bij mij aan om een ​​wandeling te maken, meestal aan de Patriarchvijver. Hier zaten we op een bankje bij het draaihek en zagen we de zonsondergang weerspiegelen in de bovenste ramen van de huizen. Achter het lage gietijzeren hek ratelden de trams zenuwachtig rond». Maar Boelgakov noemde hem nooit in zijn dagboeken en brieven, en er was geen tram op de Patriarchvijver.

Annoesjka Gorjatsjeva
Annoesjka door Julia Galkina

Annoesjka in andere verhalen

Annoesjka Gorjatsjeva moet Bulgakov erg hebben geïrriteerd, want ze speelde niet alleen een rol in De meester en Margarita. Ze verscheen ook in drie andere werken, en altijd als een pest.

De eerste keer dat Boelgakov haar noemde was in Huis nr. 13. De Elpit-arbcommune, een feuilleton gepubliceerd in december 1922, niet zo lang nadat Boelgakov naar Bolsjaja Sadovaja nr. 10 was verhuisd met Tatjana Lappa. Het huis Elpit is ook geïnspireerd door het huis in Bolsjaja Sadovaja, en een van de huurders is Annoesjka Pyljajeva, de «gesel van het huis». Ze ergerde niet alleen de andere bewoners met haar getier en haar gevloek, maar ze stak uiteindelijk ook het hele gebouw in brand.

Iets later, in het feuilleton Een meer van zelfgestookte alcohol, dat werd gepubliceerd in juni 1923, vermeldde Boelgakov Annoesjka en haar zoon Misja, woonachtig in appartement nr. 50 op Bolsjaja Sadovaja nr. 10. Boelgakov's waardering voor zowel het gebouw als Annoesjka wordt mooi geïllustreerd door dit korte fragment: «een man die anderhalf jaar in de gang van nr. 50 woont, kan je op geen enkele manier meer verbazen».

Tenslotte hoopt de hoofdpersoon Sergej Leontjevitsj Maskoedov in Boelgakovs onvoltooide en vaak onderschatte roman Zwarte sneeuw - Theatrale roman, nooit bezoekers in zijn woning te krijgen, omdat ze zouden kunnen worden afgeschrikt door «het gekijf van Annoesjka vanuit de keuken».


Commentaar

In De meester en Margarita zei Korovjev dat «een spel kaarten soms grillig kan worden geschud». We zouden dit ook kunnen zeggen over de foto van Anna Gorjatsjeva op deze pagina, die in 2006 uit het niets terecht kwam in het Museum M.A. Boelgakov in Moskou. Het werd verstuurd door Nikolaj Popov, een welgestelde advocaat uit Zwitserland, die de achterkleinzoon bleek te zijn van Annoesjka, een typische vertegenwoordigster van het lompenproletariaat.